woensdag 19 augustus 2009

Wees een beetje creatief...

Een inschrijver op een overheidsopdracht had met betrekking tot een door het bestek gestelde vereiste de besteksbepalingen woordelijk overgenomen. Die inschrijver dacht zo dat "overduidelijk blijkt dat het materiaal zal worden geleverd conform [de] eisen".

De aanbestedende overheid dacht daar anders over en de Raad van State (die de werkwijze 'bevreemdend' vindt) volgt haar daarin: "een woordelijke reproductie van een besteksvereiste geeft in een offerte geen inhoudelijke invulling aan die vereiste".

Zie RvS 14 juli 2009, nr. 195.258, nv BMX Computers

dinsdag 18 augustus 2009

Falend faxapparaat? Verplichting tot contacteren!

Een inschrijver ontvangt een fax van een aanbestedende overheid waarin die vraagt om bijkomende inlichtingen voor 12 oktober 1999. De inschrijver stuurt de gevraagde inlichtingen uiteindelijk op 21 oktober 1999 door naar de overheid. Met die inlichtingen houdt de aanbestedende overheid, wegens laattijdige ontvangst, geen rekening.

Voor de Raad van State betoogt de inschrijver dat de datum niet leesbaar was op het faxbericht dat zij ontving, wat wordt bevestigd door het door haar neergelegde exemplaar van dit bericht, waarop over de volledige lengt van het blad een witte streep loopt en waarop te lezen staat: “Gelieve deze stukken aangetekend aan ons over te maken vo [leegte] tober 1999”. Op het exemplaar van de overheid loopt die streep niet. De Raad van State besluit dat "het euvel dus wellicht te wijten is aan het falend faxapparaat van verzoekende partij".

Het argument van de verzoekende partij dat, vermits zij de datum niet kon lezen, zij niet door deze datum gebonden was (en dus ook het bestuur nog rekening moest houden met de laattijdig opgestuurde inlichtingen), overtuigt de Raad niet:
"Wanneer er zich, zoals te dezen, bij het ontvangen van een faxbericht een fout voordoet die de leesbaarheid van dit bericht ernstig in het gedrang brengt, komt de ontvanger van het bericht tekort aan de op hem rustende zorgvuldigheidsplicht wanneer hij deze fout niet onverwijld meldt aan de verzender van het bericht, minstens op een andere wijze niet probeert de ontbrekende informatie te bekomen."

Zie RvS 14 juli 2009, nr. 195.261, bvba Norré Behaegel

maandag 17 augustus 2009

Voortijdige beëindiging moet voorzien zijn in bestek

Het weerhouden van een offerte waarin de mogelijkheid van voortijdige opzegging opgenomen werd, ofschoon dit niet voorzien was in het bestek, is geen volgens het bestek toegelaten vrije variante maar maakt een substantiële onregelmatigheid uit vermits zij de mogelijkheid van objectieve vergelijking van de offertes aantast.

Zie RvS 14 juli 2009, nr. 195.264, nv Aclagro

woensdag 1 juli 2009

Weging van een gunningscriterium

Overeenkomstig artikel 115, derde lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 moet de aanbestedende overheid de weging van elk gunningscriterium specificeren. Die weging kan eventueel worden uitgedrukt binnen een vork met een passend verschil tussen minimum en maximum. Indien dergelijke weging om aantoonbare redenen niet mogelijk is, worden de criteria vermeld in dalende volgorde van belangrijkheid.

In zijn arrest van 30 april 2009 (RvS 30 april 2009, nr. 192.903, nv Soresma) oordeelde de Raad:
In de mate dat zij daartoe aanvoeren dat met de kwalificaties “zeer groot belang”, “zeer groot belang”, “groot belang”, “matig belang” en “minder belang” de gunningscriteria enkel gerangschikt werden in dalende volgorde van belang, gaan zij eraan voorbij, zo lijkt het, dat dergelijke rangschikking met waarden, weliswaar minder mathematisch dan punten of percentages, een onderlinge verhouding tussen de criteria bewerkstelligt die een andere is dan bij een louter dalende volgorde. De eerste twee criteria worden daarbij te dezen overigens in waarde gelijkgesteld.

dinsdag 19 mei 2009

Vertrouwensbeginsel in overheidsopdrachten

In zijn arrest van 23 april 2009 (RvS 23 april 2009, nr. 192.571, bvba Prevost-Tavernier) aanvaardde de Raad van State dat een aanbestedende overheid het vertrouwensbeginsel schendt wanneer die voor een nieuwe overheidsopdracht voor de aankoop van goederen waarvoor vroeger een andere opdracht gegund was, aan hetzelfde criterium een andere invulling geeft.

In dit concrete geval ging het over schoeisel bij De Post. Dit schoeisel moest voorzien zijn van een "Noorse naad". Hetzelfde was bepaald in een vorige opdracht.

De Raad stelde:
"De verwerende en tussenkomende partijen betwisten niet dat in het verleden op grond van een gelijkluidend bestek betreffende het vereiste van een Noorse naad, een schoentype van de verzoekende partij werd gekozen en geleverd en dat het precies deze schoen was die als oriëntatiemodel werd gebruikt in de in het geding zijnde procedure.

In de dossiers zijn geen stukken voorhanden waaruit blijkt dat de verzoekende partij, vooraleer zij inschreef voor de in het geding zijnde opdracht door de verwerende partij ervan op de hoogte is gebracht dat haar schoen, hoewel in de vorige opdracht gekozen, toch niet voldeed aan de besteksvereiste van de Noorse naad zoals deze nu, in de lijn van een laboratoriumonderzoek, wordt opgevat door de verzoekende partij.

Voorts wordt de verzoekende partij nergens tegengesproken waar zij bij haar derde onderdeel van het middel stelt dat de te bezichtigen modellen de als oriëntatiemodellen dienden, door haar werden geleverd.

In die omstandigheden mocht de verzoekende partij er redelijkerwijze op vertrouwen dat haar uitvoeringswijze van de Noorse naad, zoals zij deze ook in het oriëntatiemodel had aangewend, overeenstemde met het bestek. Door haar offerte op dat punt af te wijzen, miskende de verwerende partij het vertrouwensbeginsel. Het middel is in zoverre gegrond."

dinsdag 5 mei 2009

Aankoopcentrales

Jo Van Deurzen vroeg schriftelijk aan de eerste minister hoe ziekenhuizen in het licht van de overheidsopdrachtenprocedure kunnen samenwerken in een vzw.

In zijn antwoord stelde de eerste minister dat “een overkoepelende vzw die optreedt voor rekening van een aantal ziekenhuizen, de rol [vervult] van een aankoop- of opdrachtencentrale”. Op basis van artikel 15 van de wet overheidsopdrachten van 15 juni 2006, één van de vier artikels die al in werking zijn getreden, zijn aanbestedende overheden, de ziekenhuizen, die een beroep doen op een aankoop- of opdrachtencentrale vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren. De aankoopcentrale is wel zelf een aanbestedende overheid en moet de opdrachten die zijn leden wensen gunnen met toepassing van de overheidsopdrachtenreglementering. De premier stipt aan dat de aankoopcentrale bij het uitschrijven van een opdracht moet aangeven voor welke leden-ziekenhuizen zij optreedt.

dinsdag 28 april 2009

Hof van Justitie veroordeelt België

Het Hof van Justitie heeft het Koninkrijk België vorige week veroordeeld voor de onvolledige en laattijdige omzetting van de Richtlijn 2004/18/EG in de Belgische rechtsorde.

We komen hier later nog op terug.